2 Korintiërs 12:21
“En dat mijn God mij, wanneer ik opnieuw kom, bij u verootmoedigen zal, en dat ik rouw zal dragen over velen die tevoren gezondigd hebben en geen berouw hebben gehad over de onreinheid, hoererij en losbandigheid die zij bedreven hebben.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 12 — omringende verzen
Maar zij het zo: ik heb u niet belast; maar als een listig man heb ik u met bedrog gevangen.
17Heb ik door iemand van hen die ik tot u gezonden heb, voordeel van u getrokken?
18Ik heb Titus verzocht, en met hem heb ik een broeder gezonden. Heeft Titus voordeel van u getrokken? Hebben wij niet in dezelfde geest gewandeld? Hebben wij niet in dezelfde voetstappen gewandeld?
19Denkt u weer dat wij onszelf bij u verdedigen? Wij spreken voor het aangezicht van God in Christus; maar alles wat wij doen, geliefden, is tot uw opbouw.
20Want ik vrees dat ik, wanneer ik kom, u misschien niet zo zal vinden als ik zou wensen, en dat ik door u gevonden zal worden zoals u niet zou wensen; dat er twisten zijn, afgunst, toorn, gekijf, lasteringen, oorinfluisteringen, hoogmoed, oproer;
En dat mijn God mij, wanneer ik opnieuw kom, bij u verootmoedigen zal, en dat ik rouw zal dragen over velen die tevoren gezondigd hebben en geen berouw hebben gehad over de onreinheid, hoererij en losbandigheid die zij bedreven hebben.