2 Korintiërs 2:12
“Voorts, toen ik te Troas gekomen was om het Evangelie van Christus te prediken, en mij een deur geopend was in de Heer,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 2 — omringende verzen
Zodat gij hem integendeel liever moet vergeven en vertroosten, opdat zulk een niet misschien door al te grote droefheid verslonden worde.
8Daarom bid ik u, bevestigt uw liefde jegens hem.
9Want daartoe heb ik ook geschreven, opdat ik uw beproeving zou kennen, of gij in alles gehoorzaam zijt.
10Aan wie gij iets vergeeft, die vergeef ik ook; want ook ik, zo ik iets vergeven heb, die heb ik het vergeven om uwentwil, in de persoon van Christus;
11Opdat de satan geen voordeel over ons zou krijgen; want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.
Voorts, toen ik te Troas gekomen was om het Evangelie van Christus te prediken, en mij een deur geopend was in de Heer,
Had ik geen rust in mijn geest, omdat ik Titus mijn broeder niet gevonden had; maar afscheid van hen nemende, vertrok ik vandaar naar Macedonië.
14Maar Gode zij dank, Die ons te allen tijde doet triomferen in Christus, en de reuk van Zijn kennis door ons openbaar maakt in elke plaats.
15Want wij zijn voor God een aangename reuk van Christus, in hen die zalig worden en in hen die verloren gaan.
16Voor de enen zijn wij een reuk des doods ten dode; maar voor de anderen een reuk des levens ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?
17Want wij zijn niet als velen, die het Woord Gods vervalsen; maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in het aanschijn van God, spreken wij in Christus.