2 Korintiërs 2:8
“Daarom bid ik u, bevestigt uw liefde jegens hem.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 2 — omringende verzen
En ik heb u dit zelfde geschreven, opdat ik, wanneer ik kom, geen droefheid zou hebben van hen over wie ik mij behoorde te verblijden; want ik heb vertrouwen in u allen, dat mijn blijdschap de blijdschap van u allen is.
4Want uit veel verdrukking en benauwdheid des harten heb ik u geschreven met vele tranen; niet opdat gij bedroefd zoudt worden, maar opdat gij de liefde zoudt kennen die ik overvloediger tot u heb.
5Maar indien iemand droefheid veroorzaakt heeft, die heeft niet mij bedroefd, maar ten dele — opdat ik u niet te zwaar valle — u allen.
6Dit is voor zulk een mens genoeg, deze straf die door velen opgelegd is.
7Zodat gij hem integendeel liever moet vergeven en vertroosten, opdat zulk een niet misschien door al te grote droefheid verslonden worde.
Daarom bid ik u, bevestigt uw liefde jegens hem.
Want daartoe heb ik ook geschreven, opdat ik uw beproeving zou kennen, of gij in alles gehoorzaam zijt.
10Aan wie gij iets vergeeft, die vergeef ik ook; want ook ik, zo ik iets vergeven heb, die heb ik het vergeven om uwentwil, in de persoon van Christus;
11Opdat de satan geen voordeel over ons zou krijgen; want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.
12Voorts, toen ik te Troas gekomen was om het Evangelie van Christus te prediken, en mij een deur geopend was in de Heer,
13Had ik geen rust in mijn geest, omdat ik Titus mijn broeder niet gevonden had; maar afscheid van hen nemende, vertrok ik vandaar naar Macedonië.