2 Korintiërs 3:13
“En niet zoals Mozes, die een deksel over zijn aangezicht legde, opdat de kinderen Israëls niet zouden zien op het einde van hetgeen teniet gedaan wordt;”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 3 — omringende verzen
Hoe zal de bediening des Geestes niet veel meer in heerlijkheid zijn?
9Want indien de bediening der verdoemenis heerlijkheid was, veel meer overtreft de bediening der gerechtigheid in heerlijkheid.
10Want ook datgene wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet verheerlijkt geweest, vanwege de heerlijkheid die het overtreft.
11Want indien dat wat teniet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is dat wat blijft in heerlijkheid.
12Dewijl wij dan zulk een hoop hebben, gebruiken wij grote vrijmoedigheid van spreken;
En niet zoals Mozes, die een deksel over zijn aangezicht legde, opdat de kinderen Israëls niet zouden zien op het einde van hetgeen teniet gedaan wordt;
Maar hun gedachten werden verhard; want tot op deze dag blijft hetzelfde deksel onweggenomen bij het lezen van het Oude Testament; welk deksel in Christus teniet gedaan wordt.
15Maar nog tot op deze dag, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt het deksel op hun hart.
16Doch wanneer het zich tot de Heer zal bekeren, zal het deksel weggenomen worden.
17De Heer nu is die Geest; en waar de Geest des Heren is, aldaar is vrijheid.
18Maar wij allen, met onbedekt aangezicht de heerlijkheid des Heren aanschouwende als in een spiegel, worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Geest des HEREN.