2 Korintiërs 3:8
“Hoe zal de bediening des Geestes niet veel meer in heerlijkheid zijn?”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 3 — omringende verzen
Daar het duidelijk is dat gij een brief van Christus zijt, door onze dienst opgesteld, geschreven niet met inkt maar met de Geest van de levende God; niet op stenen tafelen maar op vlezen tafelen des harten.
4En zulk een vertrouwen hebben wij door Christus bij God;
5Niet dat wij van onszelf bekwaam zijn iets te bedenken als vanuit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God;
6Die ons ook bekwaam gemaakt heeft als dienaars van het nieuwe verbond; niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
7Maar indien de bediening des doods, in letteren gegraveerd op stenen, in heerlijkheid was, zodat de kinderen Israëls niet konden zien op het aangezicht van Mozes vanwege de heerlijkheid zijns aangezichts, welke heerlijkheid teniet zou worden gedaan;
Hoe zal de bediening des Geestes niet veel meer in heerlijkheid zijn?
Want indien de bediening der verdoemenis heerlijkheid was, veel meer overtreft de bediening der gerechtigheid in heerlijkheid.
10Want ook datgene wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet verheerlijkt geweest, vanwege de heerlijkheid die het overtreft.
11Want indien dat wat teniet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is dat wat blijft in heerlijkheid.
12Dewijl wij dan zulk een hoop hebben, gebruiken wij grote vrijmoedigheid van spreken;
13En niet zoals Mozes, die een deksel over zijn aangezicht legde, opdat de kinderen Israëls niet zouden zien op het einde van hetgeen teniet gedaan wordt;