2 Korintiërs 3:4
“En zulk een vertrouwen hebben wij door Christus bij God;”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 3 — omringende verzen
Beginnen wij onszelf wederom aan te bevelen? Of hebben wij, zoals sommigen, aanbevelingsbrieven aan u nodig, of brieven van aanbeveling van u?
2Gij zijt onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen van alle mensen;
3Daar het duidelijk is dat gij een brief van Christus zijt, door onze dienst opgesteld, geschreven niet met inkt maar met de Geest van de levende God; niet op stenen tafelen maar op vlezen tafelen des harten.
En zulk een vertrouwen hebben wij door Christus bij God;
Niet dat wij van onszelf bekwaam zijn iets te bedenken als vanuit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God;
6Die ons ook bekwaam gemaakt heeft als dienaars van het nieuwe verbond; niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
7Maar indien de bediening des doods, in letteren gegraveerd op stenen, in heerlijkheid was, zodat de kinderen Israëls niet konden zien op het aangezicht van Mozes vanwege de heerlijkheid zijns aangezichts, welke heerlijkheid teniet zou worden gedaan;
8Hoe zal de bediening des Geestes niet veel meer in heerlijkheid zijn?
9Want indien de bediening der verdoemenis heerlijkheid was, veel meer overtreft de bediening der gerechtigheid in heerlijkheid.