2 Korintiërs 6:16
“En wat overeenkomst heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel van de levende God, gelijk God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 6 — omringende verzen
O gij Korinthiërs, onze mond is open tot u, ons hart is verwijd.
12Gij wordt niet beperkt in ons, maar gij wordt beperkt in uw eigen ingewanden.
13Maar tot wedervergelding van hetzelfde, ik spreek als tot kinderen, wordt gij ook verwijd.
14Trekt niet op aan een ongelijk juk met ongelovigen; want wat maakt gerechtigheid gemeen met ongerechtigheid? En wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?
15En wat overstemming heeft Christus met Belial? Of wat deel heeft een gelovige met een ongelovige?
En wat overeenkomst heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel van de levende God, gelijk God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Daarom gaat uit het midden van hen en scheidt u af, zegt de Heer, en raakt het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen.
18En Ik zal u tot een Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heer, de Almachtige.