Terug naar 2 Kronieken 14
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 14:7

Daarom zei hij tot Juda: Laat ons deze steden bouwen en muren, torens, poorten en grendels er omheen maken, zolang het land nog voor ons is; want wij hebben de HEER onze God gezocht, wij hebben Hem gezocht en Hij heeft ons aan alle zijden rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 14 — omringende verzen

2

En Asa deed wat goed en recht was in de ogen van de HEER zijn God;

3

Want hij verwijderde de altaren van de vreemde goden en de offerhoogten, en verbrijzelde de gewijde zuilen, en hieuw de gewijde palen om;

4

En gebood Juda de HEER, de God hunner vaderen, te zoeken, en de wet en het gebod te onderhouden.

5

Ook verwijderde hij uit al de steden van Juda de offerhoogten en de gewijde zuilen; en het koninkrijk was voor hem in rust.

6

En hij bouwde versterkte steden in Juda; want het land had rust, en hij had geen oorlog in die jaren, omdat de HEER hem rust had gegeven.

7

Daarom zei hij tot Juda: Laat ons deze steden bouwen en muren, torens, poorten en grendels er omheen maken, zolang het land nog voor ons is; want wij hebben de HEER onze God gezocht, wij hebben Hem gezocht en Hij heeft ons aan alle zijden rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.

8

En Asa had een leger van mannen die schilden en speren droegen, uit Juda driehonderdduizend; en uit Benjamin, die schilden droegen en bogen spanden, tweehonderdtachtigduizend; allen waren dappere helden.

9

En er trok tegen hen uit Zerah, de Ethiopiër, met een leger van een miljoen man en driehonderd strijdwagens, en hij kwam tot Maresa.

10

Toen trok Asa tegen hem uit, en zij stelden de strijd op in het dal van Zefata bij Maresa.

11

En Asa riep tot de HEER zijn God en zei: HEER, het is voor U niet moeilijk te helpen, hetzij met velen of met hen die geen kracht hebben; help ons, o HEER onze God; want op U steunen wij, en in Uw naam trekken wij op tegen deze menigte. O HEER, Gij zijt onze God; laat geen sterveling het tegen U opnemen.

12

Zo sloeg de HEER de Ethiopiërs voor Asa en voor Juda; en de Ethiopiërs vluchtten.