2 Kronieken 16:5
“En het geschiedde, toen Baësa dit hoorde, dat hij ophield met de bouw van Rama en zijn werk liet rusten.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 16 — omringende verzen
In het zesenendertigste jaar van het koningschap van Asa trok Baësa, de koning van Israël, op tegen Juda, en hij bouwde Rama, met de bedoeling niemand te laten uitgaan of inkomen bij Asa, de koning van Juda.
2Toen haalde Asa zilver en goud uit de schatten van het huis van de HEER en van het huis des konings, en zond dit aan Benhadad, de koning van Syrië, die te Damascus woonde, met de boodschap:
3Er is een verbond tussen mij en u, gelijk er was tussen mijn vader en uw vader; zie, ik zend u zilver en goud; ga, verbreek uw verbond met Baësa, de koning van Israël, opdat hij van mij wijke.
4En Benhadad luisterde naar koning Asa en zond de bevelhebbers van zijn legers tegen de steden van Israël; en zij sloegen Ijon en Dan en Abel-Maïm en alle voorraadsteden van Naftali.
En het geschiedde, toen Baësa dit hoorde, dat hij ophield met de bouw van Rama en zijn werk liet rusten.
Toen nam koning Asa heel Juda mee, en zij voerden de stenen van Rama en het hout ervan weg, waarmee Baësa had gebouwd; en hij bouwde daarmee Geba en Mizpa.
7En te dier tijd kwam de ziener Hanani tot Asa, de koning van Juda, en zeide tot hem: Omdat gij u verlaten hebt op de koning van Syrië en u niet verlaten hebt op de HEER uw God, daarom is het leger van de koning van Syrië aan uw hand ontkomen.
8Waren de Ethiopiërs en de Libiërs niet een machtig leger, met zeer veel strijdwagens en ruiters? Maar omdat gij u op de HEER verliet, gaf Hij hen in uw hand.
9Want de ogen van de HEER doorlopen de ganse aarde, om Zijn kracht te bewijzen aan hen wier hart volkomen op Hem gericht is. Hierin hebt gij dwaas gehandeld; want van nu aan zult gij oorlogen hebben.
10Toen werd Asa verbolgen op de ziener en wierp hem in het gevangenhuis; want hij was in grote woede over hem vanwege deze zaak. En Asa verdrukte enigen van het volk te dier tijd.