Terug naar 2 Kronieken 20
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 20:5

En Jehoshafat stond in de vergadering van Juda en Jeruzalem, in het huis van de HEER, voor het nieuwe voorhof,

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 20 — omringende verzen

1

Het geschiedde hierna ook, dat de kinderen van Moab en de kinderen van Ammon, en met hen anderen naast de Ammonieten, tegen Jehoshafat ten strijde kwamen.

2

Toen kwamen er sommigen en berichtten Jehoshafat, zeggende: Er komt een grote menigte tegen u van over de zee, van de zijde van Syrië; en zie, zij zijn in Hazezon-Tamar, dat is Engedi.

3

En Jehoshafat vreesde, en richtte zijn aangezicht om de HEER te zoeken, en riep een vasten uit in geheel Juda.

4

En Juda verzamelde zich om hulp te vragen van de HEER; ook kwamen zij uit al de steden van Juda om de HEER te zoeken.

5

En Jehoshafat stond in de vergadering van Juda en Jeruzalem, in het huis van de HEER, voor het nieuwe voorhof,

6

En zei: O HEER, God van onze vaderen, zijt Gij niet de God in de hemel? En heerst Gij niet over alle koninkrijken der heidenen? En in Uw hand is er kracht en macht, zodat niemand U kan weerstaan?

7

Zijt Gij niet onze God, die de bewoners van dit land voor Uw volk Israël verdreven hebt, en het gegeven hebt aan het zaad van Abraham, Uw vriend, voor altijd?

8

En zij hebben daarin gewoond, en hebben U daarin een heiligdom gebouwd voor Uw naam, zeggende:

9

Indien er kwaad over ons komt, het zwaard, het oordeel, de pest of de honger, dan zullen wij voor dit huis staan en voor Uw aanwezigheid, want Uw naam is in dit huis, en wij zullen tot U roepen in onze benauwdheid, dan zult Gij horen en helpen.

10

En nu, zie, de kinderen van Ammon en Moab en het gebergte Seïr, in welke landen Gij Israël niet hebt laten binnentrekken, toen zij uit het land Egypte kwamen, maar zij weken van hen af en verdelgden hen niet;