2 Kronieken 23:20
“En hij nam de oversten over honderden, en de edelen, en de bestuurders van het volk, en al het volk des lands, en hij bracht de koning neer uit het huis des HEREN; en zij kwamen door de hoge poort naar het huis des konings, en zij zetten de koning op de troon des koninkrijks.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 23 — omringende verzen
En zij legden de handen aan haar, en toen zij gekomen was tot de ingang van de Paardenpoort bij het huis des konings, doodden zij haar daar.
16En Jojada sloot een verbond tussen hem en tussen al het volk en tussen de koning, dat zij het volk des HEREN zouden zijn.
17Toen ging al het volk naar het huis van Baäl en braken het af, en zijn altaren en zijn beelden verbrijzelden zij, en Mattan, de priester van Baäl, doodden zij voor de altaren.
18Ook stelde Jojada de ambten van het huis des HEREN onder de hand van de priesters, de Levieten, die David verdeeld had over het huis des HEREN, om de brandoffers des HEREN te offeren, zoals geschreven staat in de wet van Mozes, met blijdschap en met gezang, naar de verordening van David.
19En hij stelde poortwachters aan bij de poorten van het huis des HEREN, opdat niemand die op enigerlei wijze onrein was, naar binnen zou gaan.
En hij nam de oversten over honderden, en de edelen, en de bestuurders van het volk, en al het volk des lands, en hij bracht de koning neer uit het huis des HEREN; en zij kwamen door de hoge poort naar het huis des konings, en zij zetten de koning op de troon des koninkrijks.
En al het volk des lands verheugde zich, en de stad had rust, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden.