2 Kronieken 24:26
“En dezen zijn het die tegen hem samenspanden: Zabad, de zoon van Simeath, een Ammonitische, en Jozabad, de zoon van Simrith, een Moabitische.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 24 — omringende verzen
En zij spanden samen tegen hem, en stenigden hem met stenen op bevel des konings, in de voorhof van het huis des HEREN.
22Zo dacht koning Joas niet aan de goedheid die zijn vader Jojada hem bewezen had, maar hij doodde zijn zoon. En toen hij stierf, zei hij: Moge de HEER het zien en het vergelden.
23En het geschiedde aan het einde van het jaar, dat het leger der Syriërs tegen hem optrok; en zij kwamen naar Juda en Jeruzalem, en zij brachten al de vorsten van het volk uit het volk om, en al hun buit zonden zij naar de koning van Damascus.
24Want het leger der Syriërs kwam met een kleine troep mannen, en de HEER gaf een zeer groot leger in hun hand, omdat zij de HEER, de God van hun vaderen, verlaten hadden. Zo voltrokken zij het oordeel over Joas.
25En toen zij van hem weggingen (want zij lieten hem achter in grote ziekten), spanden zijn eigen dienaren tegen hem samen, om het bloed van de zonen van de priester Jojada, en zij doodden hem op zijn bed, en hij stierf; en zij begroeven hem in de stad Davids, maar zij begroeven hem niet in de graven der koningen.
En dezen zijn het die tegen hem samenspanden: Zabad, de zoon van Simeath, een Ammonitische, en Jozabad, de zoon van Simrith, een Moabitische.
Wat nu zijn zonen betreft, en de grootheid van de lasten die hem opgelegd werden, en de herbouw van het huis Gods, zie, zij zijn geschreven in de verklaring van het boek der koningen. En zijn zoon Amazia werd koning in zijn plaats.