2 Kronieken 24:23
“En het geschiedde aan het einde van het jaar, dat het leger der Syriërs tegen hem optrok; en zij kwamen naar Juda en Jeruzalem, en zij brachten al de vorsten van het volk uit het volk om, en al hun buit zonden zij naar de koning van Damascus.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 24 — omringende verzen
En zij verlieten het huis des HEREN, de God van hun vaderen, en dienden de gewijde bomen en de afgoden; en er kwam toorn over Juda en Jeruzalem om deze hun overtreding.
19Nochtans zond Hij profeten tot hen, om hen terug te brengen tot de HEER; en dezen getuigden tegen hen, maar zij wilden niet luisteren.
20En de Geest Gods kwam over Zacharia, de zoon van de priester Jojada, die boven het volk stond, en hij zei tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEREN, zodat het u niet voorspoedig gaat? Omdat gij de HEER verlaten hebt, heeft Hij ook u verlaten.
21En zij spanden samen tegen hem, en stenigden hem met stenen op bevel des konings, in de voorhof van het huis des HEREN.
22Zo dacht koning Joas niet aan de goedheid die zijn vader Jojada hem bewezen had, maar hij doodde zijn zoon. En toen hij stierf, zei hij: Moge de HEER het zien en het vergelden.
En het geschiedde aan het einde van het jaar, dat het leger der Syriërs tegen hem optrok; en zij kwamen naar Juda en Jeruzalem, en zij brachten al de vorsten van het volk uit het volk om, en al hun buit zonden zij naar de koning van Damascus.
Want het leger der Syriërs kwam met een kleine troep mannen, en de HEER gaf een zeer groot leger in hun hand, omdat zij de HEER, de God van hun vaderen, verlaten hadden. Zo voltrokken zij het oordeel over Joas.
25En toen zij van hem weggingen (want zij lieten hem achter in grote ziekten), spanden zijn eigen dienaren tegen hem samen, om het bloed van de zonen van de priester Jojada, en zij doodden hem op zijn bed, en hij stierf; en zij begroeven hem in de stad Davids, maar zij begroeven hem niet in de graven der koningen.
26En dezen zijn het die tegen hem samenspanden: Zabad, de zoon van Simeath, een Ammonitische, en Jozabad, de zoon van Simrith, een Moabitische.
27Wat nu zijn zonen betreft, en de grootheid van de lasten die hem opgelegd werden, en de herbouw van het huis Gods, zie, zij zijn geschreven in de verklaring van het boek der koningen. En zijn zoon Amazia werd koning in zijn plaats.