Terug naar 2 Kronieken 24
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 24:20

En de Geest Gods kwam over Zacharia, de zoon van de priester Jojada, die boven het volk stond, en hij zei tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEREN, zodat het u niet voorspoedig gaat? Omdat gij de HEER verlaten hebt, heeft Hij ook u verlaten.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 24 — omringende verzen

15

Maar Jojada werd oud en was verzadigd van dagen toen hij stierf; honderd en dertig jaar oud was hij toen hij stierf.

16

En zij begroeven hem in de stad Davids bij de koningen, omdat hij goed gedaan had in Israël, zowel jegens God als jegens Zijn huis.

17

Na de dood van Jojada nu kwamen de vorsten van Juda en bogen zich neer voor de koning. Toen luisterde de koning naar hen.

18

En zij verlieten het huis des HEREN, de God van hun vaderen, en dienden de gewijde bomen en de afgoden; en er kwam toorn over Juda en Jeruzalem om deze hun overtreding.

19

Nochtans zond Hij profeten tot hen, om hen terug te brengen tot de HEER; en dezen getuigden tegen hen, maar zij wilden niet luisteren.

20

En de Geest Gods kwam over Zacharia, de zoon van de priester Jojada, die boven het volk stond, en hij zei tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEREN, zodat het u niet voorspoedig gaat? Omdat gij de HEER verlaten hebt, heeft Hij ook u verlaten.

21

En zij spanden samen tegen hem, en stenigden hem met stenen op bevel des konings, in de voorhof van het huis des HEREN.

22

Zo dacht koning Joas niet aan de goedheid die zijn vader Jojada hem bewezen had, maar hij doodde zijn zoon. En toen hij stierf, zei hij: Moge de HEER het zien en het vergelden.

23

En het geschiedde aan het einde van het jaar, dat het leger der Syriërs tegen hem optrok; en zij kwamen naar Juda en Jeruzalem, en zij brachten al de vorsten van het volk uit het volk om, en al hun buit zonden zij naar de koning van Damascus.

24

Want het leger der Syriërs kwam met een kleine troep mannen, en de HEER gaf een zeer groot leger in hun hand, omdat zij de HEER, de God van hun vaderen, verlaten hadden. Zo voltrokken zij het oordeel over Joas.

25

En toen zij van hem weggingen (want zij lieten hem achter in grote ziekten), spanden zijn eigen dienaren tegen hem samen, om het bloed van de zonen van de priester Jojada, en zij doodden hem op zijn bed, en hij stierf; en zij begroeven hem in de stad Davids, maar zij begroeven hem niet in de graven der koningen.