2 Kronieken 24:17
“Na de dood van Jojada nu kwamen de vorsten van Juda en bogen zich neer voor de koning. Toen luisterde de koning naar hen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 24 — omringende verzen
En de koning en Jojada gaven het aan hen die het werk van de dienst van het huis des HEREN deden, en zij huurden steenhouwers en timmerlieden om het huis des HEREN te herstellen, en ook allen die in ijzer en koper werkten, om het huis des HEREN te verbeteren.
13En de werklieden werkten, en het herstelwerk vorderde door hun hand, en zij stelden het huis Gods in zijn vorige staat, en versterkten het.
14En toen zij het voltooid hadden, brachten zij het overige geld voor de koning en Jojada, waarvan voorwerpen gemaakt werden voor het huis des HEREN, voorwerpen voor de dienst en om offers mee te brengen, en schalen, en voorwerpen van goud en zilver. En zij offerden brandoffers in het huis des HEREN gedurig, al de dagen van Jojada.
15Maar Jojada werd oud en was verzadigd van dagen toen hij stierf; honderd en dertig jaar oud was hij toen hij stierf.
16En zij begroeven hem in de stad Davids bij de koningen, omdat hij goed gedaan had in Israël, zowel jegens God als jegens Zijn huis.
Na de dood van Jojada nu kwamen de vorsten van Juda en bogen zich neer voor de koning. Toen luisterde de koning naar hen.
En zij verlieten het huis des HEREN, de God van hun vaderen, en dienden de gewijde bomen en de afgoden; en er kwam toorn over Juda en Jeruzalem om deze hun overtreding.
19Nochtans zond Hij profeten tot hen, om hen terug te brengen tot de HEER; en dezen getuigden tegen hen, maar zij wilden niet luisteren.
20En de Geest Gods kwam over Zacharia, de zoon van de priester Jojada, die boven het volk stond, en hij zei tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEREN, zodat het u niet voorspoedig gaat? Omdat gij de HEER verlaten hebt, heeft Hij ook u verlaten.
21En zij spanden samen tegen hem, en stenigden hem met stenen op bevel des konings, in de voorhof van het huis des HEREN.
22Zo dacht koning Joas niet aan de goedheid die zijn vader Jojada hem bewezen had, maar hij doodde zijn zoon. En toen hij stierf, zei hij: Moge de HEER het zien en het vergelden.