Terug naar 2 Kronieken 29
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 29:15

En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, overeenkomstig het woord van de HEER, om het huis van de HEER te reinigen.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 29 — omringende verzen

10

Nu is het in mijn hart een verbond te maken met de HEER, de God van Israël, opdat zijn brandende toorn van ons afgewend worde.

11

Mijn zonen, weest nu niet nalatig; want de HEER heeft u uitverkoren om voor Hem te staan, Hem te dienen, en Hem te bedienen en reukwerk te branden.

12

Toen stonden de Levieten op: Mahath, de zoon van Amasai, en Joël, de zoon van Azaria, van de zonen der Kohathieten; en van de zonen van Merari: Kis, de zoon van Abdi, en Azaria, de zoon van Jehalel; en van de Gersonieten: Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;

13

En van de zonen van Elizafan: Simri en Jeïel; en van de zonen van Asaf: Zacharia en Mattanja;

14

En van de zonen van Heman: Jehiël en Simeï; en van de zonen van Jeduthun: Semaja en Uzziël.

15

En zij verzamelden hun broederen, en heiligden zich, en kwamen, naar het gebod des konings, overeenkomstig het woord van de HEER, om het huis van de HEER te reinigen.

16

En de priesters gingen in het binnenste van het huis van de HEER om het te reinigen, en brachten al de onreinheid die zij in de tempel van de HEER vonden naar de voorhof van het huis van de HEER. En de Levieten namen het aan, om het naar buiten te dragen naar de beek Kidron.

17

Nu begonnen zij op de eerste dag van de eerste maand te heiligen, en op de achtste dag van de maand kwamen zij tot het voorhuis van de HEER; en zij heiligden het huis van de HEER in acht dagen; en op de zestiende dag van de eerste maand waren zij gereed.

18

Toen gingen zij naar Hiskia de koning, en zeiden: Wij hebben het gehele huis van de HEER gereinigd, en het brandofferaltaar met al zijn gerei, en de tafel der toonbroden met al zijn gerei.

19

Bovendien hebben wij al de vaten die koning Achaz in zijn regering in zijn overtreding weggeworpen heeft, bereid en geheiligd; en zie, zij staan voor het altaar van de HEER.

20

Toen stond Hiskia de koning vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en ging op naar het huis van de HEER.