2 Kronieken 29:24
“En de priesters slachtten hen, en maakten verzoening met hun bloed op het altaar, om verzoening te doen voor gans Israël; want de koning had geboden dat het brandoffer en het zondoffer voor gans Israël gemaakt zou worden.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 29 — omringende verzen
Bovendien hebben wij al de vaten die koning Achaz in zijn regering in zijn overtreding weggeworpen heeft, bereid en geheiligd; en zie, zij staan voor het altaar van de HEER.
20Toen stond Hiskia de koning vroeg op, en verzamelde de oversten der stad, en ging op naar het huis van de HEER.
21En zij brachten zeven stieren, en zeven rammen, en zeven lammeren, en zeven bokken, als een zondoffer voor het koninkrijk, en voor het heiligdom, en voor Juda. En hij gebood de priesters, de zonen van Aäron, hen te offeren op het altaar van de HEER.
22Zo slachtten zij de stieren, en de priesters ontvingen het bloed en sprenkelden het op het altaar; evenzo, toen zij de rammen geslacht hadden, sprenkelden zij het bloed op het altaar; ook slachtten zij de lammeren en sprenkelden het bloed op het altaar.
23En zij brachten de bokken voor het zondoffer voor den koning en de gemeente; en zij legden hun handen op hen:
En de priesters slachtten hen, en maakten verzoening met hun bloed op het altaar, om verzoening te doen voor gans Israël; want de koning had geboden dat het brandoffer en het zondoffer voor gans Israël gemaakt zou worden.
En hij stelde de Levieten in het huis van de HEER met cimbalen, met luiten en met harpen, naar het gebod van David, en van Gad, de ziener des konings, en Nathan de profeet; want zo was het gebod van de HEER door zijn profeten.
26En de Levieten stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.
27En Hiskia gebood het brandoffer op het altaar te offeren. En toen het brandoffer begon, begon ook het lied van de HEER met de trompetten, en met de instrumenten door David, de koning van Israël, verordend.
28En de gehele gemeente aanbad, en de zangers zongen, en de trompetters bliezen; en dit alles duurde totdat het brandoffer volbracht was.
29En toen zij het offeren geëindigd hadden, bogen de koning en allen die bij hem tegenwoordig waren zich neder en aanbaden.