Terug naar 2 Kronieken 29
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 29:28

En de gehele gemeente aanbad, en de zangers zongen, en de trompetters bliezen; en dit alles duurde totdat het brandoffer volbracht was.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 29 — omringende verzen

23

En zij brachten de bokken voor het zondoffer voor den koning en de gemeente; en zij legden hun handen op hen:

24

En de priesters slachtten hen, en maakten verzoening met hun bloed op het altaar, om verzoening te doen voor gans Israël; want de koning had geboden dat het brandoffer en het zondoffer voor gans Israël gemaakt zou worden.

25

En hij stelde de Levieten in het huis van de HEER met cimbalen, met luiten en met harpen, naar het gebod van David, en van Gad, de ziener des konings, en Nathan de profeet; want zo was het gebod van de HEER door zijn profeten.

26

En de Levieten stonden met de instrumenten van David, en de priesters met de trompetten.

27

En Hiskia gebood het brandoffer op het altaar te offeren. En toen het brandoffer begon, begon ook het lied van de HEER met de trompetten, en met de instrumenten door David, de koning van Israël, verordend.

28

En de gehele gemeente aanbad, en de zangers zongen, en de trompetters bliezen; en dit alles duurde totdat het brandoffer volbracht was.

29

En toen zij het offeren geëindigd hadden, bogen de koning en allen die bij hem tegenwoordig waren zich neder en aanbaden.

30

Bovendien geboden Hiskia de koning en de vorsten de Levieten de HEER te loven met de woorden van David en van Asaf de ziener. En zij loofden met blijdschap, en zij bogen hun hoofden en aanbaden.

31

Toen antwoordde Hiskia en zeide: Nu gij u aan de HEER gewijd hebt, nadert en brengt slachtoffers en dankoffers in het huis van de HEER. En de gemeente bracht slachtoffers en dankoffers; en zovelen als vrijwillig van harte waren, brandoffers.

32

En het getal der brandoffers die de gemeente bracht, was zeventig stieren, honderd rammen en tweehonderd lammeren; dit alles was een brandoffer voor de HEER.

33

En de gewijde gaven waren zeshonderd runderen en drieduizend schapen.