Terug naar 2 Kronieken 29
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 29:32

En het getal der brandoffers die de gemeente bracht, was zeventig stieren, honderd rammen en tweehonderd lammeren; dit alles was een brandoffer voor de HEER.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 29 — omringende verzen

27

En Hiskia gebood het brandoffer op het altaar te offeren. En toen het brandoffer begon, begon ook het lied van de HEER met de trompetten, en met de instrumenten door David, de koning van Israël, verordend.

28

En de gehele gemeente aanbad, en de zangers zongen, en de trompetters bliezen; en dit alles duurde totdat het brandoffer volbracht was.

29

En toen zij het offeren geëindigd hadden, bogen de koning en allen die bij hem tegenwoordig waren zich neder en aanbaden.

30

Bovendien geboden Hiskia de koning en de vorsten de Levieten de HEER te loven met de woorden van David en van Asaf de ziener. En zij loofden met blijdschap, en zij bogen hun hoofden en aanbaden.

31

Toen antwoordde Hiskia en zeide: Nu gij u aan de HEER gewijd hebt, nadert en brengt slachtoffers en dankoffers in het huis van de HEER. En de gemeente bracht slachtoffers en dankoffers; en zovelen als vrijwillig van harte waren, brandoffers.

32

En het getal der brandoffers die de gemeente bracht, was zeventig stieren, honderd rammen en tweehonderd lammeren; dit alles was een brandoffer voor de HEER.

33

En de gewijde gaven waren zeshonderd runderen en drieduizend schapen.

34

Doch de priesters waren te weinig in getal, zodat zij niet alle brandoffers konden villen; waarom hun broederen de Levieten hen hielpen, totdat het werk volbracht was, en totdat de overige priesters zich geheiligd hadden; want de Levieten waren oprechtere harten om zich te heiligen dan de priesters.

35

En ook waren de brandoffers in overvloed, met het vet der vredeoffers en de drankoffers bij elk brandoffer. Zo werd de dienst van het huis van de HEER geregeld.

36

En Hiskia verheugde zich, en al het volk, dat God het volk bereid had; want de zaak was haastig geschied.