Terug naar 2 Kronieken 29
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 29:6

Want onze vaderen hebben gezondigd, en gedaan wat kwaad is in de ogen van de HEER onze God, en hebben Hem verlaten, en hebben hun aangezicht afgewend van de woning van de HEER, en Hem de rug toegekeerd.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 29 — omringende verzen

1

Hizkia werd koning toen hij vijfentwintig jaar oud was, en hij regeerde negenentwintig jaar in Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Abija, de dochter van Zacharia.

2

En hij deed wat recht was in de ogen van de HEER, overeenkomstig alles wat zijn vader David gedaan had.

3

Hij opende in het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand, de deuren van het huis van de HEER en herstelde ze.

4

En hij bracht de priesters en de Levieten naar binnen, en verzamelde hen op de oostelijke straat,

5

En zeide tot hen: Hoort mij, gij Levieten, heiligt u nu, en heiligt het huis van de HEER, de God uwer vaderen, en draagt de onreinheid uit de heilige plaats weg.

6

Want onze vaderen hebben gezondigd, en gedaan wat kwaad is in de ogen van de HEER onze God, en hebben Hem verlaten, en hebben hun aangezicht afgewend van de woning van de HEER, en Hem de rug toegekeerd.

7

Ook hebben zij de deuren van het voorhuis gesloten, en de lampen uitgeblust, en geen reukwerk gebrand noch brandoffers geofferd in de heilige plaats aan de God van Israël.

8

Daarom is de toorn van de HEER gekomen over Juda en Jeruzalem, en Hij heeft hen overgegeven tot een schrikking, een ontzetting en een aanfluiting, zoals gij met uw eigen ogen ziet.

9

Want zie, onze vaderen zijn gevallen door het zwaard, en onze zonen en onze dochters en onze vrouwen zijn om diezer oorzaak in gevangenschap.

10

Nu is het in mijn hart een verbond te maken met de HEER, de God van Israël, opdat zijn brandende toorn van ons afgewend worde.

11

Mijn zonen, weest nu niet nalatig; want de HEER heeft u uitverkoren om voor Hem te staan, Hem te dienen, en Hem te bedienen en reukwerk te branden.