2 Kronieken 30:15
“Toen slachtten zij het Pascha op de veertiende dag van de tweede maand; en de priesters en de Levieten werden beschaamd, en heiligden zich, en brachten de brandoffers in het huis van de HEER.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 30 — omringende verzen
Zo gingen de koeriers van stad tot stad door het land van Efraïm en Manasse, tot Zebulon toe; maar zij belachten hen en bespotten hen.
11Nochtans verootmoedigden zich sommigen uit Aser en Manasse en Zebulon, en kwamen naar Jeruzalem.
12Ook was in Juda de hand Gods om hun één hart te geven om het gebod des konings en der vorsten te doen, naar het woord van de HEER.
13En er verzamelde zich te Jeruzalem veel volk om het feest der ongezuurde broden in de tweede maand te houden, een zeer grote gemeente.
14En zij stonden op en namen de altaren weg die in Jeruzalem waren, en al de wierookaltaren namen zij weg en wierpen ze in de beek Kidron.
Toen slachtten zij het Pascha op de veertiende dag van de tweede maand; en de priesters en de Levieten werden beschaamd, en heiligden zich, en brachten de brandoffers in het huis van de HEER.
En zij stonden op hun plaats naar hun wijze, naar de wet van Mozes, de man Gods; de priesters sprenkelden het bloed, dat zij uit de hand der Levieten ontvingen.
17Want er waren velen in de gemeente die zich niet geheiligd hadden; daarom hadden de Levieten de zorg voor het slachten der Paschoffers voor ieder die niet rein was, om hen voor de HEER te heiligen.
18Want een menigte van het volk, zelfs velen uit Efraïm en Manasse, Issachar en Zebulon, hadden zichzelf niet gereinigd, maar aten het Pascha anders dan geschreven stond. Maar Hiskia bad voor hen en zeide: De goede HEER vergeve een iegelijk
19Die zijn hart bereid heeft om God te zoeken, de HEER, de God zijner vaderen, al is hij ook niet gereinigd naar de reiniging des heiligdoms.
20En de HEER verhoorde Hiskia, en heelde het volk.