Terug naar 2 Kronieken 31
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 31:17

Zowel voor de geslachtslijst der priesters naar het huis van hun vaderen, als voor de Levieten van twintig jaar oud en daarboven, in hun taken naar hun afdelingen;

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 31 — omringende verzen

12

En brachten de offeranden, de tienden en de gewijde dingen er trouwelijk in: over welke Kononja de Leviet opzichter was, en Simeï zijn broeder was de tweede.

13

En Jehiël, en Azazja, en Nahat, en Asaël, en Jerimoth, en Jozabad, en Eliël, en Jismachja, en Mahat, en Benaja waren opzichters onder het gezag van Kononja en Simeï zijn broeder, op bevel van koning Hizkia en Azarja, de opzichter van het huis Gods.

14

En Kore, de zoon van Jimna de Leviet, de poortwachter aan de oostzijde, was aangesteld over de vrijwillige gaven voor God, om de heffingen van de HEER en de allerheiligste dingen uit te delen.

15

En naast hem waren Eden, en Miniamin, en Jesua, en Semaja, Amarja en Secanja, in de steden der priesters, in hun vaste ambt, om aan hun broeders uit te delen naar de afdelingen, zowel aan de groten als aan de kleinen:

16

Behalve aan hen die ingeschreven waren naar de geslachtslijst der mannen, van drie jaar oud en daarboven, aan ieder die het huis van de HEER binnenging, hun dagelijks deel voor hun dienst in hun taken naar hun afdelingen;

17

Zowel voor de geslachtslijst der priesters naar het huis van hun vaderen, als voor de Levieten van twintig jaar oud en daarboven, in hun taken naar hun afdelingen;

18

En voor de geslachtslijst van al hun kleinen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochters, door de gehele gemeente heen; want in hun vaste ambt heiligden zij zich in heiligheid;

19

Ook voor de zonen van Aäron, de priesters, die in de velden van de weiden hunner steden waren, in elke afzonderlijke stad, de mannen die met name aangeduid waren, om delen uit te delen aan alle mannen onder de priesters, en aan allen die naar de geslachtslijst gerekend werden onder de Levieten.

20

En zo deed Hizkia in heel Juda, en hij deed wat goed en recht en oprecht was voor de HEER zijn God.

21

En in elk werk dat hij begon in de dienst van het huis Gods, en in de wet, en in de geboden, om zijn God te zoeken, deed hij het met zijn gehele hart, en hij had voorspoed.