Terug naar 2 Kronieken 33
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 33:20

Zo ontsliep Manasse met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn eigen huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 33 — omringende verzen

15

En hij deed de vreemde goden en het afgodbeeld uit het huis des HEREN weg, en alle altaren die hij gebouwd had op de berg van het huis des HEREN en in Jeruzalem, en hij wierp ze buiten de stad.

16

En hij herstelde het altaar des HEREN, en hij offerde daarop dankoffers en lofoffers, en hij gebood Juda de HEER, de God van Israël, te dienen.

17

Evenwel offerde het volk nog op de hoogten, maar alleen aan de HEER, hun God.

18

De overige geschiedenissen nu van Manasse, en zijn gebed tot zijn God, en de woorden van de zieners die tot hem spraken in de Naam van de HEER, de God van Israël, zie, die zijn geschreven in de kronieken van de koningen van Israël.

19

Ook zijn gebed, en hoe God Zich door hem liet verbidden, en al zijn zonden en zijn overtreding, en de plaatsen waar hij hoogten gebouwd en gewijde palen en gesneden beelden opgericht had, voordat hij zich vernederde, zie, die zijn beschreven in de geschriften van de zieners.

20

Zo ontsliep Manasse met zijn vaderen, en zij begroeven hem in zijn eigen huis; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.

21

Amon was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde twee jaar in Jeruzalem.

22

En hij deed wat kwaad was in de ogen des HEREN, zoals zijn vader Manasse gedaan had; want Amon offerde aan alle gesneden beelden die zijn vader Manasse gemaakt had, en diende ze.

23

En hij vernederde zich niet voor het aangezicht des HEREN, zoals zijn vader Manasse zich vernederd had; maar Amon maakte zich meer en meer schuldig.

24

En zijn dienaren maakten een samenzwering tegen hem aan en doodden hem in zijn eigen huis.

25

Maar het volk des lands doodde allen die een samenzwering tegen koning Amon gemaakt hadden; en het volk des lands maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.