2 Kronieken 6:42
“O HEER God, wend het aangezicht van Uw gezalfde niet af; gedenk de gunstbewijzen aan David, Uw dienaar.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 6 — omringende verzen
Maar als zij in het land waarheen zij als gevangenen weggevoerd zijn tot bezinning komen, en zich bekeren en tot U bidden in het land van hun gevangenschap, en zeggen: Wij hebben gezondigd, wij hebben misdaan en goddeloos gehandeld;
38Als zij met heel hun hart en met heel hun ziel tot U terugkeren in het land van hun gevangenschap, waarheen men hen als gevangenen heeft weggevoerd, en bidden in de richting van hun land dat U aan hun vaderen gegeven hebt, en in de richting van de stad die U gekozen hebt, en het huis dat ik voor Uw naam gebouwd heb:
39Hoor dan vanuit de hemelen, vanuit Uw woonplaats, hun gebed en hun smeekbeden, en handhaaf hun zaak, en vergeef Uw volk dat tegen U gezondigd heeft.
40Nu dan, mijn God, bid ik U, laat Uw ogen open zijn en Uw oren opmerkzaam op het gebed dat op deze plaats wordt gedaan.
41Sta dan op, o HEER God, naar Uw rustplaats, U en de ark van Uw sterkte; laat Uw priesters, o HEER God, bekleed worden met heil, en laat Uw gunstelingen zich verheugen in het goede.
O HEER God, wend het aangezicht van Uw gezalfde niet af; gedenk de gunstbewijzen aan David, Uw dienaar.