2 Samuël 13:38
“Zo vluchtte Absalom en ging naar Gesur, en was daar drie jaar.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 13 — omringende verzen
Laat mijn heer de koning dit nu niet ter harte nemen, alsof al des konings zonen dood zijn; want alleen Amnon is dood.
34Maar Absalom vluchtte. En de jonge man die de wacht hield, sloeg zijn ogen op en zag, en zie, er kwamen veel mensen via de bergweg achter hem aan.
35En Jonadab zei tot de koning: Zie, des konings zonen komen; zoals uw knecht gezegd heeft, zo is het.
36En het geschiedde, zodra hij geëindigd had te spreken, dat, zie, des konings zonen kwamen, en zij hieven hun stem op en weenden; en ook de koning en al zijn dienaren weenden zeer bitter.
37Maar Absalom vluchtte en ging naar Talmai, de zoon van Ammihud, de koning van Gesur. En David rouwde over zijn zoon alle dagen.
Zo vluchtte Absalom en ging naar Gesur, en was daar drie jaar.
En de ziel van koning David verlangde ernaar om tot Absalom uit te gaan; want hij was getroost over Amnon, omdat hij dood was.