Terug naar 2 Samuël 15
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 15:18

En al zijn knechten trokken aan zijn zijde voorbij; en al de Keretieten en al de Peletieten, en al de Gittieten, zeshonderd mannen die hem uit Gath gevolgd waren, trokken voor de koning uit.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 15 — omringende verzen

13

En er kwam een boodschapper tot David, die zeide: De harten der mannen van Israël zijn Absalom toegenegen.

14

En David zeide tot al zijn knechten die bij hem te Jeruzalem waren: Staat op en laat ons vluchten; want wij zullen anders Absalom niet ontkomen; haast u te vertrekken, opdat hij ons niet snel inhale en onheil over ons brenge en de stad met de scherpte des zwaards sla.

15

En de knechten des konings zeiden tot de koning: Zie, uw knechten zijn gereed om te doen wat mijn heer de koning ook verkiest.

16

En de koning ging uit, en zijn ganse huis achter hem. En de koning liet tien vrouwen, bijwijven, achter om het huis te bewaren.

17

En de koning ging uit, en al het volk achter hem, en zij bleven staan op een afgelegen plaats.

18

En al zijn knechten trokken aan zijn zijde voorbij; en al de Keretieten en al de Peletieten, en al de Gittieten, zeshonderd mannen die hem uit Gath gevolgd waren, trokken voor de koning uit.

19

Toen zeide de koning tot Ittai de Gittiet: Waarom gaat gij ook met ons mee? Keer terug naar uw plaats en blijf bij de koning; want gij zijt een vreemdeling en ook een balling.

20

Gij zijt gisteren pas gekomen; zou ik u dan heden met ons laten omzwerven? Ik ga waarheen ik ga; keer gij terug en neem uw broeders met u terug; barmhartigheid en trouw zij met u.

21

En Ittai antwoordde de koning en zeide: Zo waarlijk als de HEER leeft, en zo waarlijk als mijn heer de koning leeft, voorwaar, op welke plaats mijn heer de koning ook zij, hetzij in de dood of in het leven, aldaar zal ook uw knecht zijn.

22

En David zeide tot Ittai: Ga heen en trek over. En Ittai de Gittiet trok over, en al zijn mannen en al de kleinen die bij hem waren.

23

En heel het land weende met luider stem, en al het volk trok over; de koning zelf trok over de beek Kidron, en al het volk trok over naar de weg van de woestijn.