Terug naar 2 Samuël 15
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 15:5

En het geschiedde, dat wanneer iemand tot hem naderde om zich voor hem neer te buigen, hij zijn hand uitstak en hem vasthield en hem kuste.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 15 — omringende verzen

1

En het geschiedde daarna, dat Absalom zich wagens en paarden bereidde, en vijftig mannen die voor hem uit liepen.

2

En Absalom stond vroeg op en stelde zich naast de weg bij de poort; en het geschiedde, dat wanneer iemand een rechtszaak had en tot de koning kwam om recht te zoeken, Absalom hem riep en zeide: Uit welke stad zijt gij? En hij zeide: Uw knecht is uit een van de stammen van Israël.

3

En Absalom zeide tot hem: Zie, uw zaak is goed en rechtvaardig; maar er is niemand van de kant des konings om u te horen.

4

Absalom zeide voorts: O, wie stelde mij toch tot rechter in het land, opdat ieder die een rechtszaak of geschil heeft, tot mij kome, en ik hem recht doe!

5

En het geschiedde, dat wanneer iemand tot hem naderde om zich voor hem neer te buigen, hij zijn hand uitstak en hem vasthield en hem kuste.

6

En op deze wijze deed Absalom met heel Israël dat tot de koning kwam om recht te zoeken; zo stal Absalom de harten der mannen van Israël.

7

En het geschiedde na veertig jaren, dat Absalom tot de koning zeide: Laat mij toch gaan en mijn gelofte betalen, die ik de HEER beloofd heb, in Hebron.

8

Want uw knecht heeft een gelofte gedaan, terwijl ik te Gesur in Syrië woonde, zeggende: Indien de HEER mij werkelijk naar Jeruzalem terugbrengt, dan zal ik de HEER dienen.

9

En de koning zeide tot hem: Ga in vrede. Zo stond hij op en ging naar Hebron.

10

Maar Absalom zond verspieders door alle stammen van Israël, zeggende: Zodra gij het geluid der bazuin hoort, zult gij zeggen: Absalom regeert in Hebron.