Terug naar 2 Samuël 17
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 17:11

Daarom raad ik dat geheel Israël tezamen bij u wordt vergaderd, van Dan tot Berseba toe, talrijk als het zand dat aan de zee is; en dat gij zelf ten strijde trekt.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 17 — omringende verzen

6

En toen Hushai tot Absalom gekomen was, sprak Absalom tot hem en zeide: Achitofel heeft aldus gesproken; zullen wij doen naar zijn woord? Zo niet, spreek gij.

7

En Hushai zeide tot Absalom: De raad die Achitofel gegeven heeft, is ditmaal niet goed.

8

Want, zeide Hushai, gij kent uw vader en zijn mannen, dat zij dappere mannen zijn, en verbitterd van gemoed, als een beer die van haar jongen beroofd is in het veld; en uw vader is een krijgsman, en zal niet vernachten bij het volk.

9

Zie, hij heeft zich nu verborgen in een kuil of in enige andere plaats; en het zal geschieden, wanneer sommigen van hen aan het begin worden geveld, dat wie het hoort zal zeggen: Er is een slachting onder het volk dat Absalom volgt.

10

Dan zal ook de dapperste man, wiens hart als het hart van een leeuw is, geheel versmelten; want geheel Israël weet dat uw vader een dapper man is, en dat degenen die bij hem zijn dappere mannen zijn.

11

Daarom raad ik dat geheel Israël tezamen bij u wordt vergaderd, van Dan tot Berseba toe, talrijk als het zand dat aan de zee is; en dat gij zelf ten strijde trekt.

12

Zo zullen wij over hem komen op enige plaats waar hij gevonden wordt, en wij zullen op hem neervallen als de dauw op de grond valt; en van hem en van alle mannen die bij hem zijn zal er niet één overblijven.

13

En indien hij zich in een stad begeeft, zal geheel Israël touwen naar die stad brengen, en wij zullen haar in de rivier sleuren, totdat er niet één kleine steen meer te vinden is.

14

En Absalom en alle mannen van Israël zeiden: De raad van Hushai de Archiet is beter dan de raad van Achitofel. Want de HEER had bepaald de goede raad van Achitofel te verijdelen, opdat de HEER het onheil over Absalom zou brengen.

15

Toen zeide Hushai tot de priesters Zadok en Abjathar: Aldus en aldus heeft Achitofel Absalom en de oudsten van Israël geraden; en aldus en aldus heb ik geraden.

16

Zendt nu dan haastig en boodschapt David, zeggende: Vernacht deze nacht niet op de vlakten der woestijn, maar trekt onverwijld over; opdat de koning niet wordt verslonden, en al het volk dat bij hem is.