Terug naar 2 Samuël 17
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 17:6

En toen Hushai tot Absalom gekomen was, sprak Absalom tot hem en zeide: Achitofel heeft aldus gesproken; zullen wij doen naar zijn woord? Zo niet, spreek gij.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 17 — omringende verzen

1

Voorts zeide Achitofel tot Absalom: Laat mij toch twaalfduizend mannen uitkiezen, en ik zal opstaan en David deze nacht achtervolgen;

2

En ik zal over hem komen terwijl hij moede en slap van handen is, en ik zal hem schrik aanjagen; en al het volk dat bij hem is zal vluchten, en ik zal alleen de koning treffen;

3

En ik zal al het volk tot u terugbrengen; de man die gij zoekt is als wanneer allen zijn teruggekeerd; dan zal al het volk in vrede zijn.

4

En dit woord behaagde Absalom goed, en alle oudsten van Israël.

5

Toen zeide Absalom: Roept nu ook Hushai de Archiet, en laat ons eveneens horen wat hij zegt.

6

En toen Hushai tot Absalom gekomen was, sprak Absalom tot hem en zeide: Achitofel heeft aldus gesproken; zullen wij doen naar zijn woord? Zo niet, spreek gij.

7

En Hushai zeide tot Absalom: De raad die Achitofel gegeven heeft, is ditmaal niet goed.

8

Want, zeide Hushai, gij kent uw vader en zijn mannen, dat zij dappere mannen zijn, en verbitterd van gemoed, als een beer die van haar jongen beroofd is in het veld; en uw vader is een krijgsman, en zal niet vernachten bij het volk.

9

Zie, hij heeft zich nu verborgen in een kuil of in enige andere plaats; en het zal geschieden, wanneer sommigen van hen aan het begin worden geveld, dat wie het hoort zal zeggen: Er is een slachting onder het volk dat Absalom volgt.

10

Dan zal ook de dapperste man, wiens hart als het hart van een leeuw is, geheel versmelten; want geheel Israël weet dat uw vader een dapper man is, en dat degenen die bij hem zijn dappere mannen zijn.

11

Daarom raad ik dat geheel Israël tezamen bij u wordt vergaderd, van Dan tot Berseba toe, talrijk als het zand dat aan de zee is; en dat gij zelf ten strijde trekt.