Terug naar 2 Samuël 19
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 19:4

Maar de koning bedekte zijn aangezicht, en de koning riep met luider stem: O mijn zoon Absalom, o Absalom, mijn zoon, mijn zoon!

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 19 — omringende verzen

1

En aan Joab werd boodschap gedaan: Zie, de koning weent en rouwt over Absalom.

2

En de overwinning van die dag veranderde in rouw voor het hele volk, want het volk hoorde die dag zeggen hoe de koning bedroefd was om zijn zoon.

3

En het volk begaf zich die dag heimelijk naar de stad, zoals volk zich beschaamd wegsteelt wanneer zij in de strijd gevlucht zijn.

4

Maar de koning bedekte zijn aangezicht, en de koning riep met luider stem: O mijn zoon Absalom, o Absalom, mijn zoon, mijn zoon!

5

En Joab kwam in het huis bij de koning en zei: U hebt heden de aangezichten van al uw knechten beschaamd gemaakt, die heden uw leven gered hebben, en het leven van uw zonen en uw dochters, en het leven van uw vrouwen en het leven van uw bijvrouwen,

6

doordat U uw vijanden liefhebt en uw vrienden haat. Want U hebt heden te kennen gegeven dat U geen achting hebt voor vorsten en knechten, want ik merk heden dat, indien Absalom geleefd had en wij allen heden gestorven waren, dat U dan zeer tevreden zou zijn geweest.

7

Sta daarom nu op, ga naar buiten en spreek naar het hart van uw knechten, want ik zweer bij de HEER: indien U niet naar buiten gaat, zal er vannacht niet één man bij U blijven, en dat zal erger voor U zijn dan al het kwaad dat U overkomen is van uw jeugd af tot nu toe.

8

Toen stond de koning op en zette zich in de poort. En men boodschapte het aan het hele volk, zeggende: Zie, de koning zit in de poort. En al het volk kwam voor de koning, want Israël was gevlucht, ieder naar zijn tent.

9

En het hele volk twistte in al de stammen van Israël, zeggende: De koning heeft ons gered uit de hand van onze vijanden, en hij heeft ons bevrijd uit de hand van de Filistijnen, en nu is hij uit het land gevlucht vanwege Absalom.