2 Samuël 2:23
“Maar hij weigerde af te wijken; daarom sloeg Abner hem met het achterste einde van de speer onder de vijfde rib, zodat de speer achter hem uitkwam; en hij viel daar neer en stierf op die plaats; en het geschiedde dat allen die aan de plaats kwamen waar Asaël gevallen was en gestorven was, stilhielden.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 2 — omringende verzen
En daar waren drie zonen van Zeruja, Joab en Abishai en Asaël; en Asaël was licht van voeten als een wild ree.
19En Asaël achtervolgde Abner; en in zijn voortgaan week hij noch ter rechter- noch ter linkerzijde af van het volgen van Abner.
20Toen keek Abner achter zich om en zei: Bent u Asaël? En hij antwoordde: Ik ben het.
21En Abner zei tot hem: Wijk af naar uw rechter- of naar uw linkerzijde, en grijp een van de jongemannen en neem zijn wapenrusting. Maar Asaël wilde niet afwijken van het volgen van hem.
22En Abner zei opnieuw tot Asaël: Wijk af van het volgen van mij; waarom zou ik u ter aarde neerslaan? Hoe zou ik dan mijn gezicht kunnen opheffen voor Joab, uw broeder?
Maar hij weigerde af te wijken; daarom sloeg Abner hem met het achterste einde van de speer onder de vijfde rib, zodat de speer achter hem uitkwam; en hij viel daar neer en stierf op die plaats; en het geschiedde dat allen die aan de plaats kwamen waar Asaël gevallen was en gestorven was, stilhielden.
En Joab en Abishai achtervolgden Abner; en de zon ging onder toen zij gekomen waren bij de heuvel Amma, die vóór Giah ligt aan de weg naar de woestijn van Gibeon.
25En de kinderen van Benjamin verzamelden zich achter Abner en werden één troep en stonden op de top van een heuvel.
26Toen riep Abner tot Joab en zei: Zal het zwaard voor altijd verslinden? Weet u niet dat het aan het einde bitterheid zal zijn? Hoe lang zult u dan wachten eer u het volk beveelt terug te keren van het achtervol van hun broederen?
27En Joab zei: Zo waarlijk als God leeft, indien u niet gesproken had, zou het volk zeker reeds in de morgen zijn teruggekeerd, ieder van het achtervol van zijn broeder.
28Zo blies Joab de bazuin, en al het volk stond stil en vervolgde Israël niet meer, noch streden zij meer.