2 Samuël 2:28
“Zo blies Joab de bazuin, en al het volk stond stil en vervolgde Israël niet meer, noch streden zij meer.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 2 — omringende verzen
Maar hij weigerde af te wijken; daarom sloeg Abner hem met het achterste einde van de speer onder de vijfde rib, zodat de speer achter hem uitkwam; en hij viel daar neer en stierf op die plaats; en het geschiedde dat allen die aan de plaats kwamen waar Asaël gevallen was en gestorven was, stilhielden.
24En Joab en Abishai achtervolgden Abner; en de zon ging onder toen zij gekomen waren bij de heuvel Amma, die vóór Giah ligt aan de weg naar de woestijn van Gibeon.
25En de kinderen van Benjamin verzamelden zich achter Abner en werden één troep en stonden op de top van een heuvel.
26Toen riep Abner tot Joab en zei: Zal het zwaard voor altijd verslinden? Weet u niet dat het aan het einde bitterheid zal zijn? Hoe lang zult u dan wachten eer u het volk beveelt terug te keren van het achtervol van hun broederen?
27En Joab zei: Zo waarlijk als God leeft, indien u niet gesproken had, zou het volk zeker reeds in de morgen zijn teruggekeerd, ieder van het achtervol van zijn broeder.
Zo blies Joab de bazuin, en al het volk stond stil en vervolgde Israël niet meer, noch streden zij meer.
En Abner en zijn mannen trokken de gehele nacht door de laagte en gingen over de Jordaan en trokken door geheel Bithron en kwamen te Mahanaïm.
30En Joab keerde terug van het volgen van Abner; en toen hij al het volk bijeengekomen had, ontbraken van Davids dienaren negentien mannen en Asaël.
31Maar de dienaren van David hadden van Benjamin en van Abners mannen verslagen, zodat driehonderd en zestig mannen stierven.
32En zij namen Asaël op en begroeven hem in het graf van zijn vader, dat in Bethlehem was. En Joab en zijn mannen trokken de gehele nacht en kwamen bij het aanbreken van de dag te Hebron.