2 Samuël 2:31
“Maar de dienaren van David hadden van Benjamin en van Abners mannen verslagen, zodat driehonderd en zestig mannen stierven.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 2 — omringende verzen
Toen riep Abner tot Joab en zei: Zal het zwaard voor altijd verslinden? Weet u niet dat het aan het einde bitterheid zal zijn? Hoe lang zult u dan wachten eer u het volk beveelt terug te keren van het achtervol van hun broederen?
27En Joab zei: Zo waarlijk als God leeft, indien u niet gesproken had, zou het volk zeker reeds in de morgen zijn teruggekeerd, ieder van het achtervol van zijn broeder.
28Zo blies Joab de bazuin, en al het volk stond stil en vervolgde Israël niet meer, noch streden zij meer.
29En Abner en zijn mannen trokken de gehele nacht door de laagte en gingen over de Jordaan en trokken door geheel Bithron en kwamen te Mahanaïm.
30En Joab keerde terug van het volgen van Abner; en toen hij al het volk bijeengekomen had, ontbraken van Davids dienaren negentien mannen en Asaël.
Maar de dienaren van David hadden van Benjamin en van Abners mannen verslagen, zodat driehonderd en zestig mannen stierven.
En zij namen Asaël op en begroeven hem in het graf van zijn vader, dat in Bethlehem was. En Joab en zijn mannen trokken de gehele nacht en kwamen bij het aanbreken van de dag te Hebron.