2 Samuël 23:3
“De God van Israël heeft gesproken, de Rots van Israël heeft tot mij gezegd: Die over mensen heerst, moet rechtvaardig zijn, heersende in de vreze Gods.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 23 — omringende verzen
Dit nu zijn de laatste woorden van David. David, de zoon van Isaï, heeft gesproken, en de man die hoog verheven werd, de gezalfde van de God van Jakob, de lieflijke psalmdichter van Israël, heeft gesproken:
2De Geest van de HEER heeft door mij gesproken en Zijn woord was op mijn tong.
De God van Israël heeft gesproken, de Rots van Israël heeft tot mij gezegd: Die over mensen heerst, moet rechtvaardig zijn, heersende in de vreze Gods.
En hij zal zijn als het licht van de morgen, wanneer de zon opgaat, een morgen zonder wolken; als het tere gras uit de aarde voortspruit door helderheid na regen.
5Hoewel mijn huis niet zo is bij God, heeft Hij toch met mij een eeuwig verbond gemaakt, dat in alle dingen welgeordend en bevestigd is; voorwaar, dit is al mijn heil en al mijn lust, hoewel Hij het nog niet doet uitspruiten.
6Maar de zonen van Belial zullen allen zijn als doornen die weggeworpen worden, want zij kunnen met de hand niet aangeraakt worden.
7Maar de man die hen aanraakt, moet zich wapenen met ijzer en de schacht van een speer; en zij zullen geheel met vuur verbrand worden ter plaatse.
8Dit zijn de namen van de helden die David had: De Tachmoniet, die als hoofdman zat, de voornaamste van de aanvoerders; deze was Adino, de Ezniet. Hij hief zijn speer op tegen achthonderd man, die hij in één keer versloeg.