VSV
Statenvertaling2 Samuël 23:30
“Benaja de Pirathoniet, Hiddaï van de beken van Gaas,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 23 — omringende verzen
25
Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;
26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoïet;
27Abiëzer, de Anathothiet; Mebunnai, de Husathiet;
28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
29Heleb, de zoon van Baäna, de Netofathiet; Ittai, de zoon van Ribai uit Gibea van de kinderen van Benjamin;
30
31Benaja de Pirathoniet, Hiddaï van de beken van Gaas,
Abiälbon de Arbatiet, Azmaveth de Barhumiet,
32Eljahba de Shaälboniet, uit de zonen van Jashen, Jonathan,
33Samma de Harariet, Ahiam de zoon van Sharar de Harariet,
34Elifelet de zoon van Ahasbai, de zoon van de Maächathiet, Eliäm de zoon van Achitofel de Giloniet,
35Hezraï de Karmeliet, Paaraï de Arbiet,