2 Samuël 24:25
“En David bouwde aldaar een altaar voor de HEER en bracht brandoffers en dankoffers. En de HEER werd het land ten goede verbeden, en de plaag werd van Israël geweerd.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 24 — omringende verzen
En Arauna keek op en zag de koning en zijn dienaren op hem toekomen; en Arauna ging uit en boog zich voor de koning met zijn aangezicht ter aarde.
21En Arauna zeide: Waarom komt mijn heer de koning tot zijn knecht? En David zeide: Om de dorsvloer van u te kopen, teneinde voor de HEER een altaar te bouwen, opdat de plaag van het volk geweerd moge worden.
22En Arauna zeide tot David: Laat mijn heer de koning nemen en offeren wat hem goed dunkt; zie, hier zijn runderen voor brandoffers en dorsplanken en andere gereedschappen der runderen voor hout.
23Dit alles gaf Arauna, als een koning, aan de koning. En Arauna zeide tot de koning: De HEER uw God aanvaarde u.
24Maar de koning zeide tot Arauna: Neen, maar ik zal het van u kopen voor een prijs; want ik zal de HEER mijn God geen brandoffers brengen van hetgeen mij niets gekost heeft. Zo kocht David de dorsvloer en de runderen voor vijftig sikkelen zilver.
En David bouwde aldaar een altaar voor de HEER en bracht brandoffers en dankoffers. En de HEER werd het land ten goede verbeden, en de plaag werd van Israël geweerd.