2 Samuël 3:39
“En ik ben heden zwak, hoewel gezalfd tot koning; en deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn te hard voor mij. De HEER vergelde degene die kwaad doet naar zijn goddeloosheid.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 3 — omringende verzen
Uw handen waren niet gebonden en uw voeten niet in boeien geslagen; zoals men valt voor goddeloze mannen, zo zijt gij gevallen. En al het volk weende opnieuw over hem.
35En toen al het volk kwam om David te doen eten terwijl het nog dag was, zwoer David, zeggende: Zo doe God mij en zo voege Hij mij nog toe, als ik brood of iets anders proef voordat de zon ondergaat.
36En al het volk nam er kennis van en het behaagde hun; zoals alles wat de koning deed al het volk behaagde.
37Want al het volk en geheel Israël begrepen op die dag dat het niet van de koning was geweest om Abner, de zoon van Ner, te doden.
38En de koning zei tot zijn dienaren: Weet gij niet dat er heden een vorst en een groot man in Israël gevallen is?
En ik ben heden zwak, hoewel gezalfd tot koning; en deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn te hard voor mij. De HEER vergelde degene die kwaad doet naar zijn goddeloosheid.