Terug naar 2 Samuël 7
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 7:11

En als sedert de tijd dat Ik richters gebood over Mijn volk Israël; en Ik heb u rust gegeven van al uw vijanden. Ook maakt de HEER u bekend dat Hij u een huis zal bouwen.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 7 — omringende verzen

6

Want Ik heb niet in een huis gewoond sinds de dag dat Ik de kinderen van Israël uit Egypte deed optrekken, tot op deze dag, maar heb gewandeld in een tent en een tabernakel.

7

In al de plaatsen waar Ik gewandeld heb met al de kinderen van Israël, heb Ik ooit een woord gesproken tot een der stammen van Israël, aan wie Ik gebood Mijn volk Israël te weiden, zeggende: Waarom bouwt gij Mij geen huis van cederhout?

8

Nu dan, zo zult gij tot Mijn knecht David zeggen: Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik heb u genomen van de schaapskooi, van achter de schapen, om overste te zijn over Mijn volk, over Israël;

9

En Ik ben met u geweest overal waar gij heen gingt, en heb al uw vijanden voor uw aangezicht uitgeroeid, en heb u een grote naam gemaakt, gelijk de naam van de groten die op aarde zijn.

10

En Ik zal een plaats aanwijzen voor Mijn volk Israël, en zal hen planten, opdat zij op hun eigen plaats wonen en niet meer bewogen worden; en de kinderen der ongerechtigheid zullen hen niet meer verdrukken zoals tevoren,

11

En als sedert de tijd dat Ik richters gebood over Mijn volk Israël; en Ik heb u rust gegeven van al uw vijanden. Ook maakt de HEER u bekend dat Hij u een huis zal bouwen.

12

En wanneer uw dagen vervuld zijn en gij met uw vaderen ontslapen zijt, zal Ik uw zaad na u oprichten, dat uit uw lichaam voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.

13

Hij zal voor Mijn naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koninkrijk voor eeuwig bevestigen.

14

Ik zal hem tot een Vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn. Indien hij ongerechtigheid bedrijft, zal Ik hem tuchtigen met de roede der mensen en met de slagen der mensenkinderen;

15

Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, gelijk als Ik die weggenomen heb van Saul, dien Ik voor uw aangezicht weggedaan heb.

16

En uw huis en uw koninkrijk zullen voor altoos bestendig zijn voor uw aangezicht; uw troon zal voor eeuwig bevestigd zijn.