2 Samuël 7:13
“Hij zal voor Mijn naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koninkrijk voor eeuwig bevestigen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 7 — omringende verzen
Nu dan, zo zult gij tot Mijn knecht David zeggen: Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik heb u genomen van de schaapskooi, van achter de schapen, om overste te zijn over Mijn volk, over Israël;
9En Ik ben met u geweest overal waar gij heen gingt, en heb al uw vijanden voor uw aangezicht uitgeroeid, en heb u een grote naam gemaakt, gelijk de naam van de groten die op aarde zijn.
10En Ik zal een plaats aanwijzen voor Mijn volk Israël, en zal hen planten, opdat zij op hun eigen plaats wonen en niet meer bewogen worden; en de kinderen der ongerechtigheid zullen hen niet meer verdrukken zoals tevoren,
11En als sedert de tijd dat Ik richters gebood over Mijn volk Israël; en Ik heb u rust gegeven van al uw vijanden. Ook maakt de HEER u bekend dat Hij u een huis zal bouwen.
12En wanneer uw dagen vervuld zijn en gij met uw vaderen ontslapen zijt, zal Ik uw zaad na u oprichten, dat uit uw lichaam voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.
Hij zal voor Mijn naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koninkrijk voor eeuwig bevestigen.
Ik zal hem tot een Vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn. Indien hij ongerechtigheid bedrijft, zal Ik hem tuchtigen met de roede der mensen en met de slagen der mensenkinderen;
15Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, gelijk als Ik die weggenomen heb van Saul, dien Ik voor uw aangezicht weggedaan heb.
16En uw huis en uw koninkrijk zullen voor altoos bestendig zijn voor uw aangezicht; uw troon zal voor eeuwig bevestigd zijn.
17Naar al deze woorden en naar dit gehele gezicht, zo sprak Nathan tot David.
18Toen ging koning David in en zat voor het aangezicht van de HEER, en hij zeide: Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis, dat U mij tot hiertoe gebracht hebt?