2 Tessalonicenzen 2:9
“Hem, wiens komst naar de werking van Satan is, met alle kracht en tekenen en leugenachtige wonderen,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Tessalonicenzen 2 — omringende verzen
Die zich verzet en verheft boven al wat God of heiligdom genaamd wordt, zodat hij als God zit in de tempel van God en zich voordoet als God.
5Herinnert gij u niet dat ik, toen ik nog bij u was, u deze dingen gezegd heb?
6En nu weet gij wat weerhoudt, opdat hij geopenbaard worde op zijn tijd.
7Want het geheimenis der wetteloosheid werkt reeds; alleen zal hij die nu weerhoudt, blijven weerhouden totdat hij uit de weg genomen is.
8En dan zal die Boze geopenbaard worden, die de Heer zal verteren met de geest van Zijn mond en vernietigen door de verschijning van Zijn komst:
Hem, wiens komst naar de werking van Satan is, met alle kracht en tekenen en leugenachtige wonderen,
En met allerlei verleiding der ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, opdat zij zalig zouden worden.
11En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, dat zij de leugen zouden geloven:
12Opdat allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.
13Maar wij zijn verplicht God altijd te danken voor u, door de Heer geliefde broeders, omdat God u van het begin heeft uitverkoren tot zaligheid, door heiliging des Geestes en geloof der waarheid:
14Waartoe Hij u heeft geroepen door ons Evangelie, tot verkrijging van de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus.