2 Tessalonicenzen 3:6
“Wij bevelen u nu, broeders, in de naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij u onttrekt van elke broeder die ongeregeld wandelt en niet naar de overlevering die hij van ons ontvangen heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Tessalonicenzen 3 — omringende verzen
Voorts, broeders, bidt voor ons, dat het Woord van de Heer vrije loop hebbe en verheerlijkt worde, gelijk als bij u:
2En dat wij bevrijd worden van onredelijke en boze mensen; want niet allen hebben het geloof.
3Maar de Heer is getrouw, Die u bevestigen en bewaren zal van het boze.
4En wij hebben vertrouwen in de Heer aangaande u, dat gij de dingen die wij u gebieden, zowel doet als zult blijven doen.
5En de Heer richte uw harten op de liefde van God en op de lijdzame verwachting van Christus.
Wij bevelen u nu, broeders, in de naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij u onttrekt van elke broeder die ongeregeld wandelt en niet naar de overlevering die hij van ons ontvangen heeft.
Want gijzelf weet hoe gij ons behoort na te volgen; want wij hebben ons niet ongeregeld onder u gedragen;
8Ook hebben wij het brood van niemand voor niets gegeten, maar hebben met arbeid en moeite nacht en dag gewerkt, opdat wij niemand uwer tot last zouden zijn:
9Niet omdat wij geen recht hebben, maar opdat wij onszelf u tot een voorbeeld stelden om ons na te volgen.
10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit geboden: wie niet wil werken, die zal ook niet eten.
11Want wij horen dat er sommigen zijn die ongeregeld onder u wandelen, in het geheel niet werkend, maar zich met andermans zaken bemoeien.