2 Tessalonicenzen 3:9
“Niet omdat wij geen recht hebben, maar opdat wij onszelf u tot een voorbeeld stelden om ons na te volgen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Tessalonicenzen 3 — omringende verzen
En wij hebben vertrouwen in de Heer aangaande u, dat gij de dingen die wij u gebieden, zowel doet als zult blijven doen.
5En de Heer richte uw harten op de liefde van God en op de lijdzame verwachting van Christus.
6Wij bevelen u nu, broeders, in de naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij u onttrekt van elke broeder die ongeregeld wandelt en niet naar de overlevering die hij van ons ontvangen heeft.
7Want gijzelf weet hoe gij ons behoort na te volgen; want wij hebben ons niet ongeregeld onder u gedragen;
8Ook hebben wij het brood van niemand voor niets gegeten, maar hebben met arbeid en moeite nacht en dag gewerkt, opdat wij niemand uwer tot last zouden zijn:
Niet omdat wij geen recht hebben, maar opdat wij onszelf u tot een voorbeeld stelden om ons na te volgen.
Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit geboden: wie niet wil werken, die zal ook niet eten.
11Want wij horen dat er sommigen zijn die ongeregeld onder u wandelen, in het geheel niet werkend, maar zich met andermans zaken bemoeien.
12Dergelijke mensen gebieden en vermanen wij door onze Heer Jezus Christus, dat zij in stilheid werken en hun eigen brood eten.
13Maar u, broeders, wordt niet moede in het goeddoen.
14En indien iemand ons woord door deze brief niet gehoorzaamt, tekent die man en hebt geen omgang met hem, opdat hij beschaamd worde.