2 Timotheüs 1:11
“Waartoe ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar der heidenen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Timotheüs 1 — omringende verzen
Daarom breng ik u in herinnering dat u de gave Gods aanwakkert, die in u is door de oplegging van mijn handen.
7Want God heeft ons niet gegeven een geest van vrees, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.
8Schaam u dan niet voor de getuigenis van onze Heer, noch voor mij, Zijn gevangene; maar wees deelgenoot in het lijden voor het evangelie, naar de kracht van God;
9Die ons heeft gered en ons geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus voor de aanvang der wereld,
10Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onze Zaligmaker Jezus Christus, Die de dood heeft tenietgedaan en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht heeft gebracht door het evangelie;
Waartoe ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar der heidenen.
Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijd; maar ik schaam mij niet, want ik weet Wien ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij in staat is hetgeen ik Hem heb toevertrouwd te bewaren tot op die dag.
13Houd vast aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn.
14Bewaar het goede pand dat u is toevertrouwd, door de Heilige Geest die in ons woont.
15Dit weet u, dat allen die in Asia zijn, zich van mij hebben afgewend; onder wie Fygellus en Hermogenes zijn.
16De Heer geve barmhartigheid aan het huis van Onesiforus; want hij heeft mij dikwijls verkwikt en heeft zich niet geschaamd voor mijn keten;