2 Timotheüs 1:7
“Want God heeft ons niet gegeven een geest van vrees, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Timotheüs 1 — omringende verzen
Aan Timotheüs, mijn geliefde zoon: Genade, barmhartigheid en vrede, van God de Vader en Christus Jezus onze Heer.
3Ik dank God, Wien ik van mijn voorvaderen af dien met een rein geweten, dat ik u zonder ophouden gedenk in mijn gebeden, nacht en dag;
4Zeer verlangend u te zien, daar ik uw tranen voor ogen heb, opdat ik met blijdschap vervuld mag worden;
5Als ik mij de ongeveinsde geloof herinner die in u is, welk geloof eerst woonde in uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunice; en ik ben ervan overtuigd dat het ook in u is.
6Daarom breng ik u in herinnering dat u de gave Gods aanwakkert, die in u is door de oplegging van mijn handen.
Want God heeft ons niet gegeven een geest van vrees, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.
Schaam u dan niet voor de getuigenis van onze Heer, noch voor mij, Zijn gevangene; maar wees deelgenoot in het lijden voor het evangelie, naar de kracht van God;
9Die ons heeft gered en ons geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus voor de aanvang der wereld,
10Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onze Zaligmaker Jezus Christus, Die de dood heeft tenietgedaan en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht heeft gebracht door het evangelie;
11Waartoe ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar der heidenen.
12Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijd; maar ik schaam mij niet, want ik weet Wien ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij in staat is hetgeen ik Hem heb toevertrouwd te bewaren tot op die dag.