2 Timotheüs 2:24
“En een dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, geduldig,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Timotheüs 2 — omringende verzen
Evenwel staat het fundament van God vast, hebbende dit zegel: De Heer kent degenen die de Zijnen zijn. En: Laat een ieder die de naam van Christus noemt, afwijken van ongerechtigheid.
20Maar in een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden; en sommige tot eer, en sommige tot oneer.
21Indien iemand zich dan van deze reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd en bruikbaar voor de Meester, en bereid tot alle goed werk.
22Vlied ook de begeerten der jeugd; maar jaag naar gerechtigheid, geloof, liefde en vrede, met hen die de Heer aanroepen uit een rein hart.
23Maar dwaze en onverstandige vragen moet u vermijden, wetende dat zij twisten voortbrengen.
En een dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, geduldig,
Die in zachtmoedigheid onderwijst hen die zich tegenover hem stellen; of God hun misschien bekering geeft tot erkentenis der waarheid;
26En dat zij mogen ontkomen aan de strik des duivels, die door hem gevangen worden naar zijn wil.