Terug naar Daniël 2
VSV
Statenvertaling

Daniël 2:15

Hij antwoordde en zeide tot Arioch, de bevelhebber van de koning: Waarom is het bevel van de koning zo overhaast? Toen maakte Arioch de zaak aan Daniël bekend.

Kruisverwijzingen

Context

Daniël 2 — omringende verzen

10

De Chaldeeën antwoordden voor de koning en zeiden: Er is geen mens op aarde die het verzoek van de koning kan bekendmaken; en er is ook geen koning, heer of heerser die zulke dingen heeft gevraagd van enige geleerde, sterrenwichelaar of Chaldeeër.

11

En de zaak die de koning vraagt is uitzonderlijk, en er is niemand anders die dat voor de koning kan bekendmaken, behalve de goden, wier woning niet bij de mensen is.

12

Hierom was de koning toornig en zeer verbolgen, en hij beval om alle wijzen van Babel te vernietigen.

13

En het bevel ging uit dat de wijzen gedood zouden worden; en men zocht ook naar Daniël en zijn makkers om hen te doden.

14

Toen antwoordde Daniël met beraad en wijsheid aan Arioch, de bevelhebber van de koninklijke lijfwacht, die uitgetrokken was om de wijzen van Babel te doden.

15

Hij antwoordde en zeide tot Arioch, de bevelhebber van de koning: Waarom is het bevel van de koning zo overhaast? Toen maakte Arioch de zaak aan Daniël bekend.

16

Vervolgens ging Daniël naar binnen en verzocht de koning hem tijd te geven, zodat hij de uitleg aan de koning zou kunnen bekendmaken.

17

Daarna ging Daniël naar zijn huis en maakte de zaak bekend aan Hananja, Misaël en Azarja, zijn metgezellen,

18

Opdat zij barmhartigheden zouden vragen van de God des hemels aangaande dit geheim, zodat Daniël en zijn makkers niet zouden omkomen met de rest van de wijzen van Babel.

19

Toen werd het geheim aan Daniël geopenbaard in een nachtelijk visioen. Daarna loofde Daniël de God des hemels.

20

Daniël antwoordde en zeide: De naam van God zij geloofd tot in eeuwigheid; want Hem behoort de wijsheid en de kracht.