Terug naar Daniël 2
VSV
Statenvertaling

Daniël 2:44

En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet zal worden vernietigd; en dit koninkrijk zal aan geen ander volk worden overgegeven, maar het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, en zelf zal het voor eeuwig standhouden.

Kruisverwijzingen

Context

Daniël 2 — omringende verzen

39

En na u zal een ander koninkrijk opkomen, geringer dan het uwe, en daarna een derde koninkrijk van koper, dat over de gehele aarde zal heersen.

40

En het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer; want zoals ijzer alles verbrijzelt en onderwerpt, zo zal het, als ijzer dat alles stukbreekt, al deze dingen verbrijzelen en vermorzelen.

41

En doordat gij de voeten en de tenen zaagt, deels van pottenbakkersklei en deels van ijzer, zal het koninkrijk verdeeld zijn; maar er zal de kracht van het ijzer in zijn, omdat gij het ijzer vermengd zaagt met modderige klei.

42

En zoals de tenen van de voeten deels van ijzer en deels van klei waren, zo zal het koninkrijk deels sterk en deels broos zijn.

43

En doordat gij het ijzer vermengd zaagt met modderige klei, zullen zij zich vermengen met het menselijk nageslacht; maar zij zullen niet aan elkaar hechten, zoals ijzer zich niet vermengt met klei.

44

En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet zal worden vernietigd; en dit koninkrijk zal aan geen ander volk worden overgegeven, maar het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, en zelf zal het voor eeuwig standhouden.

45

Omdat gij zaagt dat de steen zonder handen uit de berg werd gehouwen en het ijzer, het koper, de klei, het zilver en het goud verbrijzelde: de grote God heeft de koning doen weten wat er hierna zal geschieden; en de droom is zeker, en de uitlegging daarvan betrouwbaar.

46

Toen viel koning Nebukadnezar op zijn aangezicht en aanbad Daniël, en hij beval dat men hem een offer en reukwerk zou brengen.

47

De koning antwoordde Daniël en zei: Waarlijk, uw God is een God der goden en een Heer der koningen, en een Openbaarder van verborgenheden, omdat gij deze verborgenheid hebt kunnen onthullen.

48

Daarna verhief de koning Daniël tot een groot man en gaf hem vele grote geschenken, en maakte hem heerser over de gehele provincie Babel en als hoofd over alle wijzen van Babel.

49

Toen verzocht Daniël de koning, en hij stelde Sadrach, Mesach en Abednego aan over de zaken van de provincie Babel; maar Daniël zelf bleef aan het hof van de koning.