Daniël 2:49
“Toen verzocht Daniël de koning, en hij stelde Sadrach, Mesach en Abednego aan over de zaken van de provincie Babel; maar Daniël zelf bleef aan het hof van de koning.”
Kruisverwijzingen
Context
Daniël 2 — omringende verzen
En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet zal worden vernietigd; en dit koninkrijk zal aan geen ander volk worden overgegeven, maar het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, en zelf zal het voor eeuwig standhouden.
45Omdat gij zaagt dat de steen zonder handen uit de berg werd gehouwen en het ijzer, het koper, de klei, het zilver en het goud verbrijzelde: de grote God heeft de koning doen weten wat er hierna zal geschieden; en de droom is zeker, en de uitlegging daarvan betrouwbaar.
46Toen viel koning Nebukadnezar op zijn aangezicht en aanbad Daniël, en hij beval dat men hem een offer en reukwerk zou brengen.
47De koning antwoordde Daniël en zei: Waarlijk, uw God is een God der goden en een Heer der koningen, en een Openbaarder van verborgenheden, omdat gij deze verborgenheid hebt kunnen onthullen.
48Daarna verhief de koning Daniël tot een groot man en gaf hem vele grote geschenken, en maakte hem heerser over de gehele provincie Babel en als hoofd over alle wijzen van Babel.
Toen verzocht Daniël de koning, en hij stelde Sadrach, Mesach en Abednego aan over de zaken van de provincie Babel; maar Daniël zelf bleef aan het hof van de koning.