Terug naar Daniël 4
VSV
Statenvertaling

Daniël 4:10

Dit waren de gezichten van mijn hoofd op mijn bed: ik zag, en zie, er was een boom in het midden der aarde, en de hoogte daarvan was groot.

Kruisverwijzingen

Context

Daniël 4 — omringende verzen

5

Ik had een droom die mij bevreesd maakte, en de gedachten op mijn bed en de gezichten van mijn hoofd verontrustten mij.

6

Daarom vaardigde ik een gebod uit om alle wijzen van Babel voor mij te brengen, opdat zij mij de uitlegging van de droom zouden doen kennen.

7

Toen kwamen de tovenaars, de sterrenwichelaars, de Chaldeeën en de waarzeggers binnen; en ik vertelde hun de droom, maar zij maakten mij de uitlegging daarvan niet bekend.

8

Maar ten laatste trad Daniël voor mij, wiens naam Beltsazar is, naar de naam van mijn god, en in wie de geest der heilige goden is; en voor hem vertelde ik de droom, zeggende:

9

O Beltsazar, overste der tovenaars, omdat ik weet dat de geest der heilige goden in u is en geen verborgenheid u moeilijk is, vertel mij de gezichten van mijn droom die ik gezien heb, en de uitlegging daarvan.

10

Dit waren de gezichten van mijn hoofd op mijn bed: ik zag, en zie, er was een boom in het midden der aarde, en de hoogte daarvan was groot.

11

De boom groeide en werd sterk, en de hoogte daarvan reikte tot aan de hemel, en hij was te zien tot aan het einde van de gehele aarde.

12

Zijn loof was schoon en zijn vrucht overvloedig, en er was voor allen voedsel in; de dieren des velds hadden schaduw daaronder, en de vogels des hemels woonden in zijn takken, en al het vlees werd erdoor gevoed.

13

Ik zag in de gezichten van mijn hoofd op mijn bed, en zie, een wachter, een heilige, daalde neer uit de hemel.

14

Hij riep met luide stem en zei aldus: Houwt de boom om en kapt zijn takken af, schudt zijn loof af en verstrooit zijn vrucht; laat de dieren vluchten van onder hem en de vogels van zijn takken.

15

Maar laat de stronk met zijn wortels in de aarde staan, ja, met een band van ijzer en koper, in het jonge gras van het veld; en laat hem nat worden van de dauw des hemels, en zijn deel zij met de dieren in het gras der aarde.