Daniël 5:1
“De koning Belsazar maakte een groot feest voor duizend van zijn grootvorsten, en dronk wijn voor de ogen van die duizend.”
Kruisverwijzingen
Context
Daniël 5 — omringende verzen
De koning Belsazar maakte een groot feest voor duizend van zijn grootvorsten, en dronk wijn voor de ogen van die duizend.
Belsazar gaf, terwijl hij de wijn proefde, bevel de gouden en zilveren vaten te brengen die zijn vader Nebukadnezar had weggenomen uit de tempel te Jeruzalem; opdat de koning en zijn vorsten, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen, daarin zouden drinken.
3Toen bracht men de gouden vaten die uit de tempel, het huis Gods te Jeruzalem, genomen waren; en de koning en zijn vorsten, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen, dronken daaruit.
4Zij dronken wijn en prezen de goden van goud en van zilver, van koper, van ijzer, van hout en van steen.
5Op datzelfde ogenblik kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn, die schreven op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis, tegenover de kandelaar; en de koning zag het gedeelte van de hand die schreef.
6Toen veranderde de gelaatskleur van de koning, en zijn gedachten beangsten hem, zodat de gewrichten van zijn heupen het begaven en zijn knieën tegen elkaar sloegen.